ECLI:NL:CRVB:2004:AR2867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid docent
Appellant, docent aan de Hogeschool Brabant, viel in 1998 uit wegens gewrichts- en spierklachten en hervatte zijn werkzaamheden voor 50% totdat hij in 2000 opnieuw uitviel. Het UWV weigerde een WAO-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld per 26 oktober 2001.
De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat de medische beperkingen niet onderschat waren en appellant in staat was zijn werkzaamheden volledig te verrichten. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij leed aan de ziekte van Hashimoto met aanhoudende pijnklachten, waardoor hij maximaal 60% kon werken.
De Raad volgde het UWV en concludeerde dat geen nieuwe objectieve medische feiten waren overgelegd die de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bevestigen. De rapporten van de huisarts en bedrijfsarts ondersteunden niet dat appellant slechts drie dagen per week kon werken. Daarom werd het bestreden besluit gehandhaafd en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.