ECLI:NL:CRVB:2004:AR3431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag toelating vrijwillige AOW-verzekering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die haar beroep tegen het afwijzende besluit van de Sociale verzekeringsbank ongegrond verklaarde. Het betrof een nieuwe aanvraag tot toelating tot de vrijwillige verzekering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (Anw).
De Raad overweegt dat op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij een nieuwe aanvraag nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moeten worden vermeld. Appellante had echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven tot een andere beslissing dan het eerdere, inmiddels onherroepelijke, afwijzende besluit van 10 februari 1997.
De Raad concludeert dat de Sociale verzekeringsbank bevoegd was de aanvraag af te wijzen zonder nieuwe toetsing, en bevestigt de eerdere uitspraak. Tevens wijst de Raad een vergoeding van proceskosten af omdat geen bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot vrijwillige AOW-verzekering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.