ECLI:NL:CRVB:2004:AR3438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag vrijwillige verzekering AOW en Anw wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die zijn beroep tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank tot afwijzing van zijn aanvraag voor vrijwillige verzekering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en Algemene nabestaandenwet (Anw) ongegrond verklaarde.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij een nieuwe aanvraag na een eerdere afwijzing nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moeten worden vermeld. Appellant had de ontvangst van een ABP-pensioen reeds in 1996 kunnen aanvoeren, maar dit vormt geen nieuw feit of veranderde omstandigheid die de aanvraag rechtvaardigt.
De Raad oordeelt dat de Sociale verzekeringsbank terecht de aanvraag heeft afgewezen met verwijzing naar het eerdere besluit van 26 juli 1996. De Raad ziet geen reden om het besluit te vernietigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag tot vrijwillige verzekering op grond van de AOW en Anw wordt bevestigd wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.