ECLI:NL:CRVB:2004:AR3455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek overneming betalingsverplichting werkgever wegens onvoldoende bewijs betalingsonmacht
Appellant heeft na ontslag door zijn werkgever een WW-uitkering aangevraagd en verzocht om overneming van de betalingsverplichting door de werkgever, stellende dat deze in een blijvende toestand van betalingsonmacht verkeerde.
De Raad heeft beoordeeld of appellant voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de werkgever niet meer betaalde vanwege blijvende betalingsonmacht, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van de WW. Ondanks aanwijzingen zoals een belastingschuld en verklaringen van de werkgever over financiële problemen, waren de verstrekte gegevens onvoldoende om dit te bewijzen.
De Raad concludeert dat het UWV terecht het verzoek heeft afgewezen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem. Er is geen aanleiding om het besluit te vernietigen wegens onvoldoende onderzoek.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 september 2004.
Uitkomst: Het verzoek om overneming van de betalingsverplichting door de werkgever is terecht afgewezen wegens onvoldoende bewijs van blijvende betalingsonmacht.