ECLI:NL:CRVB:2004:AR3480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering op grond van het Uitkeringsreglement Individuele Uitkeringen Stichting Het Gebaar
Appellante heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een uitkering op grond van het Uitkeringsreglement Individuele Uitkeringen Stichting Het Gebaar. Het bestuur van de Stichting Het Gebaar had haar aanvraag afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden dat de aanvrager zich tussen 8 maart 1942 en 15 augustus 1945 al dan niet tijdelijk vóór 1 januari 1967 in Nederland moest hebben gevestigd.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij reeds in 1951 naar Nederland wilde komen, maar niet aan de beurt kwam om ingescheept te worden door de Nederlandse regering. Zij stelde dat het niet haar schuld was dat zij pas in 1973 over voldoende financiële middelen beschikte om op eigen gelegenheid naar Nederland te komen.
De Raad oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om af te wijken van de in het Reglement neergelegde doelgroepomschrijving. Er zijn geen aanwijzingen dat het Reglement in strijd is met het regeringsbeleid of de grenzen van redelijke beleidsbepalingen overschrijdt. Ook is geen toepassing van de anti-hardheidsclausule gerechtvaardigd.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af. Tevens wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de uitkeringsaanvraag omdat appellante niet voldoet aan de vestigingseisen van het Reglement.