ECLI:NL:CRVB:2004:AR4139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en proceskostenveroordeling in hoger beroep
Appellant kwam in hoger beroep tegen het besluit van het UWV tot verlaging van zijn WAO-uitkering. De rechtbank had het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten en appellant niet in de proceskosten van eerste aanleg veroordeeld.
De Raad overwoog dat appellant terecht stelde dat de functies waarbij hurken vereist is, medisch ongeschikt zijn, maar dat de overige medische en arbeidskundige gronden standhouden. Daarom zijn de rechtsgevolgen van het besluit terecht in stand gelaten. Wel oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende voor de rechtsbijstand van mr. Van Os in eerste aanleg, omdat zij niet als gemachtigde was aangemeld, maar wel namens appellant optrad.
De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat de proceskosten in eerste aanleg niet toekende, veroordeelt het UWV tot vergoeding van €322 voor die rechtsbijstand, bevestigt het overige van de uitspraak en veroordeelt het UWV tevens tot vergoeding van €644 aan proceskosten in hoger beroep. Het betaalde griffierecht van €82 wordt ook vergoed.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.