ECLI:NL:CRVB:2004:AR4211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens medische en arbeidskundige beperkingen
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% en een medische urenbeperking van 3 uur per dag. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat het medische onderzoek en de arbeidskundige inschatting niet volledig in overeenstemming waren met het Besluit uurloonschatting 1999, met name vanwege functies die de medische urenbeperking overschreden. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf opdracht tot een nieuw besluit.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij ernstiger beperkt is dan vastgesteld, maar slaagde er niet in dit met objectieve medische gegevens te onderbouwen. De Raad onderschreef de rechtbank in haar oordeel dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat de urenbeperking van 3 uur per dag als uitgangspunt diende. Het besluit van 29 november 2002, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard met een afwijkende medische beoordeling, werd door de Raad vernietigd omdat het niet binnen de opdracht van de rechtbank viel.
De Raad benadrukte dat functies met een arbeidsomvang die de medische urenbeperking overschrijden niet als passend kunnen worden aanvaard zonder een overtuigende motivering. Tevens wees de Raad op het ontbreken van een medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts die een afwijkende zienswijze had. Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen vanwege onvoldoende vaststelling van schade. De Raad bepaalde dat het Uwv een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van 29 november 2002 wordt vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van appellante.