ECLI:NL:CRVB:2004:AR4349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onjuiste toepassing artikel 8:32 Awb inzake beschikbaarstelling medische gegevens aan gemachtigde
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld over de toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betreffende het beschikbaar stellen van medische gegevens aan de gemachtigde van appellante. De rechtbank Rotterdam had de gemachtigde van appellante geen bijzondere toestemming verleend omdat hij geen advocaat is, hetgeen door de Raad onjuist werd bevonden.
Het geschil ontstond nadat gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) had toegekend aan een werknemer van appellante. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep stelde appellante dat haar gemachtigde recht had op inzage in de medische gegevens, maar de rechtbank wees dit af wegens het ontbreken van bijzondere toestemming.
De Raad overwoog dat artikel 8:32 Awb Pro niet beperkt is tot personen die aan tuchtrecht zijn onderworpen en dat de gemachtigde van appellante, als professioneel rechtshulpverlener in dienst van de Metaalunie, bijzondere toestemming dient te krijgen. Het onthouden van deze toestemming zou de gemachtigde onnodig belemmeren in zijn taakuitoefening. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelde de Raad gedaagde voorwaardelijk in de proceskosten van appellante in hoger beroep en bepaalde dat gedaagde het griffierecht aan appellante moet vergoeden.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met veroordeling van gedaagde in proceskosten.