ECLI:NL:CRVB:2004:AR4437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WAZ-uitkering ondanks geschil over belastbaarheid en arbeidsduurbeperking
Appellant, werkzaam als meewerkend eigenaar van een schildersbedrijf, viel op 4 augustus 1997 gedeeltelijk uit wegens rug- en nekklachten. Naar aanleiding van zijn aanvraag om een WAZ-uitkering werd hij onderzocht door verzekeringsartsen die een belastbaarheidspatroon opstelden en functies selecteerden die appellant met beperkingen zou kunnen vervullen. De mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45-55%.
Appellant stelde in hoger beroep dat de voorgehouden functies zijn belastbaarheid overschrijden, dat ten onrechte geen arbeidsduurbeperking werd aangenomen en dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onjuist was vastgesteld. Tevens betwistte hij de juistheid van het maatmaninkomen en vorderde vergoeding van kosten rechtsbijstand.
De Raad oordeelde dat de medische basis van het besluit zorgvuldig was voorbereid, met onderzoeken door verzekeringsartsen en aanpassingen in het belastbaarheidspatroon. Geen medische gegevens wezen op onjuistheden in de vastgestelde beperkingen. De functies werden als passend beschouwd, waarbij de Raad de toelichtingen op de functiebelasting en asterisken volgde.
De Raad verwierp het beroep over de arbeidsduurbeperking en bevestigde de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 4 augustus 1997, zoals ook door appellant zelf was aangegeven. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%.