ECLI:NL:CRVB:2004:AR4569
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over vaststelling gedifferentieerde WAO-premie en bezwaar tegen toekenning WAO-uitkering
In deze zaak hebben drie werkgevers bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de gedifferentieerde premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) over het jaar 2002. De premieberekening was mede gebaseerd op de WAO-uitkering die aan betrokkene was toegekend.
De werkgevers voerden aan dat hen de mogelijkheid was onthouden om bezwaar te maken tegen het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering aan betrokkene. Dit betoog werd door de Centrale Raad van Beroep verworpen, omdat artikel 87e van de WAO bepaalt dat bezwaren tegen de toekenning van een WAO-uitkering niet in een procedure over de gedifferentieerde premie kunnen worden ingebracht.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het bezwaar van de werkgevers ongegrond werd verklaard. Ook het beroep op onvoldoende controle op reïntegratie-inspanningen slaagde niet. De uitspraak van 30 september 2004 bevestigt de rechtmatigheid van de premieberekening en sluit de mogelijkheid uit om via deze weg bezwaar te maken tegen de toekenning van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat het bezwaar tegen de toekenning van de WAO-uitkering niet ontvankelijk is in het premiedossier.