ECLI:NL:CRVB:2004:AR4750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verhoging WAO-uitkering wegens niet-toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 1992 arbeidsongeschikt door knie-, elleboog- en later nekklachten, ontving een WAO-uitkering vastgesteld op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid. Na meerdere herbeoordelingen handhaafde het UWV deze mate, ondanks klachtenvermeerdering, omdat volgens artikel 39a WAO de toename binnen vijf jaar na toekenning of herziening moet zijn gelegen.
Appellant betwistte de medische onderzoeken en stelde dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn klachten en geschiktheid voor aangepast werk. De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte artikel 39a toepaste, terwijl artikel 37 WAO Pro met een wachttijd van 52 weken van toepassing was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de juiste wettelijke bepalingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding wegens wettelijke rente werd niet toegewezen wegens onvoldoende vaststelling van schade.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering niet te verhogen is vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.