ECLI:NL:CRVB:2004:AR4763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na toetsing gelijkheidsbeginsel
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid, welke intrekking door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) was vastgesteld. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat de beperkingen van appellante, met name rug- en beenklachten, juist waren vastgesteld en dat zij in staat was tot de verrichting van passende werkzaamheden.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat een deskundige moest worden ingeschakeld en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat in soortgelijke gevallen andere functieduidingen werden gehanteerd. De Raad concludeerde dat de medische informatie geen nieuwe gezichtspunten bevatte en dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld. Ook was er geen sprake van overschrijding van haar belastbaarheid bij de functies die voor haar werden aangenomen.
De Raad stelde vast dat het verschil met soortgelijke zaken verklaard kon worden door verschillen in feiten en omstandigheden en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde. Gezien artikel 8:69 Awb Pro was het bestreden besluit rechtens juist en de Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.