ECLI:NL:CRVB:2004:AR4842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht thuiswerkers en fictieve dienstbetrekking
De zaak betreft een geschil over de verzekeringsplicht van vijf thuiswerkers die typewerk verrichtten voor gedaagde in het jaar 2000. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), legde een correctienota en boete op omdat zij deze thuiswerkers als werknemers aanmerkte. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderzoek en motivering, en oordeelde dat de werkzaamheden in zelfstandige beroepsuitoefening werden verricht zonder gezagsverhouding.
In hoger beroep handhaafde appellant de primaire grondslag (dienstbetrekking) niet meer, maar stelde een subsidiaire grondslag van fictieve dienstbetrekking voor. De Raad constateerde dat de rechtbank de toetsing niet correct had uitgevoerd door zelfstandigheid mee te wegen bij de primaire grondslag, maar vond het besluit terecht vernietigd vanwege gebrekkige motivering en voorbereiding.
De Raad benadrukte dat appellant geen eindbeslissing had genomen in de bezwaarprocedure en dat een volledige heroverweging vereist is. De Raad bevestigde de vernietiging van het besluit en veroordeelde appellant tot betaling van proceskosten aan gedaagde. Appellant moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: Het besluit tot verzekeringsplicht en boete wordt vernietigd en appellant dient een nieuw besluit te nemen.