ECLI:NL:CRVB:2004:AR4892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeling arbeidsongeschiktheidsklasse op basis van inkomsten uit arbeid in 1996
Appellant was sinds 1976 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80 tot 100%, maar verrichtte regelmatig vertaalwerkzaamheden. Gedaagde stelde op basis van de fiscale winst uit onderneming over 1996 de inkomsten uit arbeid vast op f 1.485,06 per maand, wat leidde tot een herindeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55% vanaf 4 december 1998.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat een deel van de inkomsten niet aan 1996 toebehoorde en dat een werkbeurs van het Fonds voor de Letteren niet in 1996 mocht worden meegerekend. Tevens betwistte hij de hoogte van de terugvordering van onverschuldigde uitkeringen en stelde dat bij de beslagvrije voet onvoldoende rekening was gehouden met zijn kosten.
De Raad oordeelde dat de fiscale winst als uitgangspunt diende en dat er onvoldoende bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. Inkomsten die betrekking hadden op eerdere jaren, zoals royalties, moesten worden toegerekend aan het jaar van toekenning. De werkbeurs werd als inkomen uit 1996 beschouwd omdat deze door appellant ook zo was opgegeven. De terugvordering van onverschuldigde uitkeringen was rechtsgeldig, aangezien geen dringende redenen waren om daarvan af te zien.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen en wees het hoger beroep af. De vaststelling van de inkomsten en de terugvordering werden als juist beoordeeld, evenals de berekening van de beslagvrije voet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55% en wijst het hoger beroep af.