ECLI:NL:CRVB:2004:AR4921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- OJ.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkstelling voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen
Appellant werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaald gelaten premies werknemersverzekeringen van het opgeheven bedrijf over de jaren 1995 tot en met 1998, op grond van artikel 16c van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). Het bezwaar van appellant werd eerder ongegrond verklaard door een besluit van 31 oktober 2000.
De Raad van Beroep oordeelde dat appellant als leider van een vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger of leider van de werkzaamheden van het bedrijf in Nederland viel onder de aansprakelijkheidsgrondslag van artikel 16c, eerste lid onder a, CSV. De rechtbank hoefde niet te kiezen tussen deze drie situaties omdat ze elkaar niet uitsluiten.
De Raad vernietigde het eerdere besluit voor zover de aansprakelijkheid werd vastgesteld boven een bedrag van €60.111,44 en beperkte de aansprakelijkheid van appellant tot dit bedrag. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De aansprakelijkheid van appellant wordt beperkt tot €60.111,44 en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten.