ECLI:NL:CRVB:2004:AR4992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch.J.G. Olde Kalter
- J. Verrips
- Rechtspraak.nl
Geen recht op verlengde Ziektewetuitkering wegens niet-arbeidsongeschiktheid door zwangerschap
Appellante verzocht om een verlengde uitkering op grond van artikel 29a van de Ziektewet (ZW), omdat zij meende arbeidsongeschikt te zijn als gevolg van zwangerschap en/of bevalling. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit in eerste aanleg.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd de vraag gesteld of appellante terecht was geweigerd de verlengde uitkering toe te kennen. De Raad baseerde zich op de feiten en omstandigheden die door de rechtbank als vaststaand waren aangenomen en die niet door partijen waren betwist. De Raad concludeerde dat appellante niet had aangetoond dat zij arbeidsongeschikt was door zwangerschap of bevalling.
De Raad benadrukte dat appellante haar stellingen niet had onderbouwd met medische gegevens die aanleiding zouden geven om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het onderzoek en de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts. Daarom was geen grond aanwezig om het besluit te wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellante geen recht heeft op verlengde Ziektewetuitkering wordt bevestigd.