ECLI:NL:CRVB:2004:AR5400
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Onontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn bij Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Verweerster nam een besluit op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 gericht aan eiser. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar diende het bezwaarschrift na de wettelijke termijn in. Verweerster verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De gemachtigde van eiser stelde dat het bezwaar tijdig was ingediend op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad stelde vast dat het bezwaarschrift niet tijdig was ontvangen en dat er geen verschoonbare omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat de termijnen voor bezwaar en beroep fatale termijnen zijn en dat overschrijding leidt tot niet-ontvankelijkheid, tenzij een verschoonbare reden wordt aangetoond. De door eiser aangevoerde grieven slaagden niet. De Raad wees ook een verzoek om vergoeding van proceskosten af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.