ECLI:NL:CRVB:2004:AR5407
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning en uitkering vervolgingsslachtoffer Japanse bezetting Nederlands-Indië
Eiseres, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in juli 2002 om erkenning als vervolgingsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees deze aanvraag bij besluit van 31 januari 2003 af, omdat de omstandigheden waaronder eiseres de Japanse bezetting heeft meegemaakt niet onder het begrip vervolging in de zin van artikel 2 van Pro de Wet vallen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat uit de beschikbare gegevens, waaronder verklaringen van familieleden, niet blijkt dat eiseres of haar gezin tijdens de bezettingsjaren vrijheidsberoving heeft ondergaan. Hoewel de vader van eiseres als KNIL-militair geïnterneerd was, heeft de rest van het gezin geen maatregelen van de bezetter ondervonden die als vervolging kunnen worden aangemerkt. De moeilijke periode zonder vader werd erkend, maar voldeed niet aan de wettelijke definitie van vervolging.
Daarnaast wees de Raad erop dat gebeurtenissen in de aansluitende Bersiapperiode buiten de reikwijdte van de Wet vallen. Gezien deze omstandigheden was er geen grond voor vernietiging van het bestreden besluit en werd het beroep ongegrond verklaard. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van haar aanvraag als vervolgingsslachtoffer wordt gehandhaafd.