Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AR5411

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 oktober 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/5576 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen beroep mogelijk tegen toekomstige korting op periodieke uitkering

Eiser maakte bezwaar tegen een berekeningsbeschikking waarin een toekomstige korting op zijn periodieke uitkering werd aangekondigd vanwege de AOW-uitkering van zijn echtgenote. Verweerster verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat in de beschikking nog geen definitieve beslissing was genomen over die korting.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat een mededeling over een toekomstige korting geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en daarom niet vatbaar is voor bezwaar of beroep. Er was dan ook geen grond voor het beroep van eiser.

De Raad wees ook een verzoek om vergoeding van proceskosten af, omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de mededeling over toekomstige korting geen besluit is waartegen bezwaar of beroep mogelijk is.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/5576 WUV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Onder dagtekening 31 oktober 2003, kenmerk JZ/S80/2003/0848, heeft verweerster ten aanzien van eiser een besluit genomen.
Tegen dit besluit heeft eiser bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift is uiteengezet waarom eiser zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is, gevoegd met het geding tussen partijen onder nummer 04/1385 WUV, behandeld ter zitting van de Raad op 16 september 2004. Daar is eiser in persoon verschenen, terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Bij berekeningsbeschikking van 31 augustus 2003 heeft verweerster (voorlopig) vastgesteld de eiser na het door hem in die maand bereiken van de 65-jarige leeftijd toekomende maandelijkse periodieke uitkering ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Eiser heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt, aanvoerende dat hij het niet eens is met de korting op zijn periodieke uitkering die in de toekomst zal plaatsvinden vanwege de door zijn echtgenote, die in oktober 2003 65 jaar wordt, te ontvangen AOW-uitkering.
Bij het bestreden besluit heeft verweerster eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar op de grond dat in de bestreden berekeningsbeschikking op dit punt geen beslissing is opgenomen, zodat in zoverre geen sprake is van een voor beroep/bezwaar vatbaar besluit als bedoeld in (artikel 1:3 van Pro) de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad acht dit standpunt van verweerster juist. Op grond van de voorhanden gegevens staat vast dat in de berekeningsbeschikking van 31 augustus 2003 nog niet is beslist over de gevolgen voor eisers periodieke uitkering vanwege het door zijn echtgenote bereiken van de 65-jarige leeftijd.
Het beroep van eiser dient derhalve ongegrond te worden verklaard.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2004.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) E. Heemsbergen.