ECLI:NL:CRVB:2004:AR5499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling vervolgdagloon bij WAO-uitkering voor jongere
Appellant, geboren in 1978, ontving vanaf 23 november 1998 een WAO-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Omdat hij jonger was dan 33 jaar bij ingang van de uitkering, heeft hij geen recht op een loondervingsuitkering, maar slechts op een vervolguitkering gebaseerd op het vervolgdagloon.
Gedaagde stelde het vervolgdagloon vast op f 75,16, rekening houdend met het dagloon van appellant en het minimum(jeugd)dagloon. Appellant betwistte deze berekening, maar de rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad motiveert dat de vaststelling conform de artikelen 21, 21a en 21b van de WAO is gedaan en ziet geen aanleiding tot wijziging. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak wordt derhalve bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste vaststelling van het vervolgdagloon van f 75,16 voor de WAO-uitkering van appellant.