ECLI:NL:CRVB:2004:AR5559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking bij Emmeloord Reparatie & Constructie in 1998
In deze zaak stond centraal de vraag of appellant in 1998 als constructeur bij Emmeloord Reparatie & Constructie (ERC) in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam was. De rechtbank had dit aangenomen en het bestreden besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) bevestigd. Appellant voerde aan dat hij niet persoonlijk hoefde te werken, niet in loondienst was en geen gezagsrelatie bestond, mede omdat hij eigen gereedschap gebruikte en eerder als zelfstandige werd beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant feitelijk gedurende het jaar circa 90% van de tijd voor ERC werkte, waarbij hij persoonlijke arbeid verrichtte zoals lassen, snijden en repareren. Hij ontving een reguliere uurbeloning op factuurbasis, wat duidt op loon naar werken. Bovendien was sprake van een gezagsrelatie: opdrachten werden op basis van werktekeningen gegeven, er was controle op voortgang en kwaliteit, en appellant ontving tussentijdse instructies. Hij werkte in een organisatorisch kader met andere werknemers en gebruikte bedrijfsgereedschap.
De Raad stelde vast dat het vertrouwen dat appellant ontleende aan eerdere zelfstandige status en fiscale benadering niet doorslaggevend was. Er was geen schending van het vertrouwensbeginsel of andere beginselen van behoorlijk bestuur. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door mr. B.J. van der Net op 4 november 2004, waarbij de griffier A.H. Hagendoorn-Huls aanwezig was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd dat appellant in 1998 in een privaatrechtelijke dienstbetrekking bij ERC werkzaam was.