ECLI:NL:CRVB:2004:AR5578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht werknemersverzekeringen voor eigenrijder zonder eigen vrachtwagen
Appellante, een internationaal transportbedrijf, maakte in 1999 gebruik van een eigenrijder, [betrokkene], die beschikte over een NIWO-vergunning maar reed met een vrachtwagen van een derde. Gedaagde legde een correctienota op wegens het ontbreken van verzekeringsplicht voor deze arbeidsovereenkomst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat er geen arbeidsovereenkomst bestond omdat [betrokkene] zelfstandig opereerde, opdrachten kon weigeren en financieel risico droeg. De Raad oordeelde echter dat de drie essentiële elementen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking – gezagsverhouding, persoonlijke arbeid en loonbetaling – aanwezig waren.
De Raad stelde vast dat [betrokkene] in een door appellante gehuurde vrachtwagen reed, waardoor hij in de organisatie van appellante was ingebed en onder gezag stond. Vervanging was praktisch onmogelijk en de wil van appellante om een arbeidsovereenkomst aan te gaan is niet relevant voor de verzekeringsplicht. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de relatie tussen appellante en de eigenrijder zonder eigen vrachtwagen een privaatrechtelijke dienstbetrekking is en dat verzekeringsplicht voor werknemersverzekeringen geldt.