ECLI:NL:CRVB:2004:AR5667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Gedaagde ontving sinds november 1998 een WAO-uitkering wegens vermeende arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek concludeerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat gedaagde geschikt was voor lichamelijk niet al te zwaar werk en dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg. Op basis hiervan werd de uitkering per 12 augustus 1999 ingetrokken.
Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit echter wegens een onjuiste feitelijke grondslag. In hoger beroep stelde het Uwv dat het deskundigenrapport gebreken vertoonde, terwijl gedaagde instemde met de conclusie van zijn deskundige. De Raad liet aanvullend medisch onderzoek uitvoeren door een neuroloog en reumatoloog.
De neuroloog stelde fibromyalgie met chronische vermoeidheid vast en adviseerde reumatologisch onderzoek. De reumatoloog vond slechts geringe afwijkingen en bevestigde dat gedaagde arbeid kon verrichten in de geselecteerde functies. De Raad nam dit oordeel over en achtte nader psychiatrisch onderzoek niet noodzakelijk. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.