ECLI:NL:CRVB:2004:AR5669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de WAO-uitkering van betrokkene, die sinds 1989 arbeidsongeschikt is en sinds 1990 een WAO-uitkering ontvangt. In januari 2001 werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15 tot 25%, een besluit waartegen betrokkene bezwaar maakte. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep ongegrond verklaarde, is hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het verzoek tot herkeuring op basis van vermeende toegenomen klachten door jicht onderzocht en geen aanwijzingen gevonden voor een toename van beperkingen. Ook de door appellanten ingebrachte stukken van een spiritueel medisch instituut werden niet als voldoende bewijs erkend vanwege het ontbreken van reguliere medische onderzoeksmethoden en deskundigheid.
De Raad oordeelde dat er geen reden was om het bestreden besluit te herroepen en bevestigde de eerdere uitspraak. De beroerte van betrokkene in april 2001 werd niet meegenomen in de beoordeling omdat deze na de peildatum van 5 januari 2001 plaatsvond. De procedure werd voortgezet door de erven na het overlijden van betrokkene, zonder dat dit het oordeel beïnvloedde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld.