ECLI:NL:CRVB:2004:AR5674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering uit 1993
Appellante verzocht om terug te komen op het rechtens onaantastbare besluit van 8 september 1993 waarbij haar arbeidsongeschiktheidsuitkering werd ingetrokken wegens een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Zij stelde dat nieuwe medische feiten, waaronder een elektrische hartziekte, aanleiding geven tot herziening.
De Raad overwoog dat een bestuursorgaan in beginsel bevoegd is om een verzoek tot herziening inhoudelijk te behandelen, maar dat toetsing aan de oorspronkelijke beslissing beperkt moet blijven tot de vraag of er sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die herziening rechtvaardigen. Uit het dossier bleek dat de nieuwe medische gegevens niet leidden tot een andere beoordeling van de situatie per 9 oktober 1993.
De Raad concludeerde dat het bestuursorgaan niet onredelijk heeft gehandeld en dat het bestreden besluit standhoudt. De feitelijke situatie op de datum van het oorspronkelijke besluit blijft bepalend, waarbij hypothetische situaties met medicijngebruik niet tot herziening leiden.
De uitspraak bevestigt daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank Arnhem en wijst het beroep van appellante af, met inachtneming van de proceskostenveroordeling ten gunste van appellante.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit van 8 september 1993 wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.