ECLI:NL:CRVB:2004:AR5853
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het inleidend beroep. Verzoekster verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om de behandeling te bespoedigen, stellende dat de behandelingsduur te lang was.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. In dit geval is enkel aangevoerd dat de behandelingsduur lang is, hetgeen onvoldoende is om een spoedeisend belang aan te nemen.
Verder wordt benadrukt dat de mogelijkheid van een voorlopige voorziening niet bedoeld is om door middel van kortsluiting de hoofdzaak te bespoedigen. Gezien het ontbreken van spoedeisend belang wordt het verzoek afgewezen zonder zitting en zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.