ECLI:NL:CRVB:2004:AR5886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante had een WAO-uitkering ontvangen wegens een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, toegekend per 26 december 1990. Deze uitkering werd ingetrokken per 1 november 1991, omdat zij toen minder dan 15% respectievelijk 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Diverse beroepsprocedures tegen deze intrekking werden ongegrond verklaard, waarbij onder meer een medisch onderzoek door een huisarts en andere specialisten werd betrokken.
In latere besluiten weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) terug te komen op het intrekkingsbesluit, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die dat rechtvaardigden. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat het verzoek van appellante niet voldeed aan de vereisten van artikel 4:6 Awb Pro.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij volledig arbeidsongeschikt was per 1 november 1991 en dat aanvullend lichamelijk onderzoek had moeten plaatsvinden. Ook stelde zij dat haar diabetes mellitus onvoldoende was meegenomen. De Raad oordeelde echter dat appellante onvoldoende nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het terugkomen op het besluit konden rechtvaardigen. De medische verklaringen van de psychiater vormden geen nieuwe feiten en de diabetes was pas later vastgesteld. De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat er geen sprake was van een schending van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om terug te komen op de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.