ECLI:NL:CRVB:2004:AR5889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), maar dit werd geweigerd omdat haar arbeidsongeschiktheid per 29 september 1999 minder dan 25% bedroeg. Na bezwaar en beroep verklaarden zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep het besluit terecht. Diverse medische onderzoeken en rapporten, waaronder die van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, concludeerden dat appellante geschikt was voor arbeid gedurende 38 uur per week in passende functies.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar medische beperkingen, waaronder extreem gewichtsverlies en epilepsieaanvallen, onderschat waren. De Raad overwoog echter dat deze klachten bekend waren bij de verzekeringsartsen en dat latere medische gegevens over epilepsie niet relevant waren voor de situatie per 29 september 1999. Ook het lage gewicht werd door deskundigen niet als belemmering voor arbeid beschouwd.
De Raad vond geen reden om het besluit te herzien en bevestigde het oordeel dat appellante niet arbeidsongeschikt genoeg was voor een Wajong-uitkering. Het bestreden besluit werd daarmee in stand gelaten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.