ECLI:NL:CRVB:2004:AR5892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens overschrijding redelijke termijn en onvoldoende administratie
Appellante, een transportonderneming, betaalde aan haar chauffeurs verblijfsvergoedingen die ongeveer 40% hoger waren dan de geldende CAO. Na een looncontrole over 1994-1997 stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) naheffingen en een boete vast wegens onvoldoende controleerbare administratie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de administratie onvolledig was en de schatting van Uwv zorgvuldig was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de schatting onjuist was en dat zij afspraken had gemaakt over de vergoedingen, wat zij niet kon bewijzen.
De Raad bevestigde dat de administratie onvoldoende was en dat de schatting op basis van dag- en weekstaten terecht was. Tachograafschijven waren onvolledig en onbetrouwbaar. Verder erkende de Raad dat de boete een strafrechtelijk karakter heeft en oordeelde dat de redelijke termijn was overschreden, waardoor de boete met 10% werd gematigd.
De Raad vernietigde het boetebesluit voor de jaren 1995-1997, stelde de boete vast op €5.901,41, veroordeelde Uwv in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De boete over 1995-1997 wordt vernietigd en met 10% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn; naheffing blijft gehandhaafd.