ECLI:NL:CRVB:2004:AR5900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht en premieplicht voor fictieve dienstbetrekking musici en artiesten
Deze zaak betreft hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch waarin de verzekerings- en premieplicht werd vastgesteld voor bepaalde personen die werkzaam waren via fictieve dienstbetrekkingen. Het geschil draait om de vraag of de arbeidsverhoudingen van musici, artiesten en andere betrokkenen onder de sociale werknemersverzekeringswetten vallen, met name op grond van artikel 5, aanhef en onder d, van deze wetten en het Koninklijk Besluit van 24 december 1986.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat de arbeidsverhoudingen van de betrokkenen, waaronder [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3], voldoen aan de wettelijke criteria voor verzekeringsplicht. Dit geldt ook voor musici en artiesten die voor appellante werkzaam zijn geweest. De Raad oordeelt dat de correctie- en boetenota’s over de jaren 1994 tot en met 1997 terecht zijn opgelegd en dat de eerdere rechterlijke uitspraak in stand blijft.
De Raad benadrukt dat het niet relevant is waar de werkzaamheden precies zijn verricht, zolang er sprake is van persoonlijk verrichten van arbeid voor een derde via tussenkomst van appellante. Ook is vastgesteld dat de premieplicht voor [betrokkene 2] reeds eerder in rechte vaststond. De Raad ziet geen gronden om af te wijken van de eerdere beslissingen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekerings- en premieplicht en handhaaft de correctie- en boetenota’s over 1994-1997.