ECLI:NL:CRVB:2004:AR5903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en niet voldane wachttijd
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze toe te kennen. De reden was dat appellant vanaf 10 november 1996 tot 1 maart 1999 niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was en dat hij op 28 februari 2000 minder dan 25% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat uit de beschikbare gegevens, waaronder de jaarcijfers en medische rapportages, niet bleek dat appellant gedurende de vereiste wachttijd volledig arbeidsongeschikt was geweest. De medische onderzoeken hielden rekening met de vermoeidheidsklachten, maar concludeerden dat deze niet voldoende objectief waren om volledige arbeidsongeschiktheid aan te nemen.
Appellant stelde dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn arbeidsongeschiktheid en dat zijn klachten niet adequaat waren meegewogen. De Raad vond echter dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd en dat de belastbaarheid correct was vastgesteld. Er waren geen aanwijzingen om het standpunt van het Uwv te verwerpen.
Daarom werd het hoger beroep van appellant verworpen en de weigering van de WAZ-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens het niet voldoen aan de vereiste wachttijd en onvoldoende arbeidsongeschiktheid.