ECLI:NL:CRVB:2004:AR5916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens ondeugdelijke arbeidskundige schatting
Appellant, voormalig kwekerijmedewerker, ontving sinds 1990 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na diverse herbeoordelingen en intrekkingen van de uitkering, waarbij medische rapporten van psychiaters en psychologen een centrale rol speelden, werd in 2001 de uitkering opnieuw ingetrokken wegens een veronderstelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. Medische aspecten zijn volgens de Raad voldoende onderzocht en onderbouwd, waarbij geen nieuwe feiten of medische gegevens zijn aangevoerd die een andere beoordeling rechtvaardigen.
Echter, de Raad heeft ernstige bedenkingen bij de arbeidskundige kant van de zaak. De schatting berust op drie functies die samen slechts 25 arbeidsplaatsen omvatten, terwijl de minimum-eis 30 arbeidsplaatsen is. Hierdoor is de schatting ondeugdelijk en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering vernietigbaar.
De Raad beveelt dat een nieuw besluit wordt genomen met inachtneming van deze overwegingen en veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd vanwege een ondeugdelijke arbeidskundige schatting.