ECLI:NL:CRVB:2004:AR5923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen hoger beroepschrift
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, maar het hoger beroepschrift is te laat ontvangen door de Raad. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 11 september 2002, terwijl het beroepschrift pas op 15 september 2002 werd ontvangen.
Volgens artikel 6:9, tweede lid, Awb moet worden beoordeeld of het beroepschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. Het beroepschrift was gedateerd 11 september 2002, maar de enveloppe droeg een frankeermachine-afdruk van 12 juli 2002, wat betekent dat het niet tijdig is verzonden. Appellant voerde aan dat hij door vakantie en het wachten op informatie van derden niet eerder kon indienen, maar de Raad oordeelde dat dit geen verschoonbare reden is.
De Raad stelde vast dat appellant in de drie weken na terugkeer van vakantie ten minste een voorlopig beroepschrift had kunnen indienen. Daarom is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak onherroepelijk is geworden. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het hoger beroepschrift.