ECLI:NL:CRVB:2004:AR5951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht directeur/minderheidsaandeelhouder in sociale verzekeringswetten
In deze zaak stond centraal of een directeur met een minderheidsaandeel in een vennootschap een verzekeringsplichtige dienstbetrekking had in de zin van de sociale verzekeringswetten. De directeur beschikte via een holding over 10% van de aandelen, later uitgebreid tot 33 1/3%, terwijl de meerderheid van de aandelen in handen was van een andere partij. Voorheen was hij in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst, daarna op basis van een managementovereenkomst.
De Raad heeft alle relevante feiten en omstandigheden beoordeeld, waaronder de statutaire bepalingen en de feitelijke verhoudingen. Hoewel de directeur een grote mate van vrijheid genoot en zelfstandig beslissingen kon nemen, kon de meerderheidsaandeelhouder via de algemene vergadering van aandeelhouders rechtsgeldig besluiten tot schorsing of ontslag van de directeur.
De Raad concludeerde dat er sprake was van een gezagsverhouding en daarmee van een verzekeringsplichtige dienstbetrekking. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er was geen aanleiding om af te wijken van deze conclusie op grond van bijzondere omstandigheden of artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Bevestiging dat sprake is van een verzekeringsplichtige dienstbetrekking tussen vennootschap en directeur/minderheidsaandeelhouder.