ECLI:NL:CRVB:2004:AR5972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M.B.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was op 29 december 1998
Appellant, sinds 1988 woonachtig in Nederland, raakte arbeidsongeschikt na een val in december 1997. Na een initiële weigering wegens ontbrekende verblijfstitel, kende het UWV hem in juni 2000 een voorschot toe op een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Later werd dit teruggedraaid omdat op 29 december 1998 minder dan 15% arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld.
Appellant voerde bezwaar aan met klachten over schouder- en maagklachten en beperkte taalvaardigheid, maar medische onderzoeken en arbeidsdeskundig rapport concludeerden dat zijn belastbaarheid hoger was dan door appellant gesteld. De Raad vond de medische gegevens en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwing voor de vaststelling van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Appellant verzocht om nader medisch onderzoek, maar de Raad achtte dit niet noodzakelijk. Ook werd geen schending van het rechtszekerheidsbeginsel vastgesteld, aangezien appellant bij het voorschot was geïnformeerd over de voorlopige aard van de uitkering. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant op 29 december 1998 minder dan 15% arbeidsongeschikt was en wijst het beroep af.