ECLI:NL:CRVB:2004:AR6006

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/4696 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.G. Kasdorp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 6:5 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens tijdsoverschrijding

De opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep niet tijdig waren ingediend. Hiertegen stelde de opposant verzet in. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet beoordeeld zonder opposant te horen, omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.

De Raad oordeelde dat het beroepschrift van 3 september 2003 wel degelijk de gronden bevatte waarop het beroep berust, waarmee aan het wettelijke vereiste van artikel 6:5, eerste lid, Awb werd voldaan. Op grond hiervan werd het verzet gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.

De zaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de niet-ontvankelijkverklaring. Er werden geen gronden gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd op 11 november 2004 door de voorzitter C.G. Kasdorp namens de Centrale Raad van Beroep uitgesproken.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt voortgezet.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/4696 WUBO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 29 januari 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit van 27 augustus 2003, kenmerk JZ/X70/2003/533, niet ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep niet tijdig zijn ingediend.
Tegen deze uitspraak is verzet gedaan.
Gelet op het hierna onder II overwogene heeft de Raad het niet nodig geacht opposant over het verzet te horen.
II. MOTIVERING
Ingevolge het bepaalde in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb dient het beroepschrift de gronden waarop het berust te bevatten.
Naar het oordeel van de Raad heeft opposant aan dit wettelijk voorschrift voldaan nu het beroepschrift van 3 september 2003 de gronden bevat waarop het beroep berust.
De Raad ziet hierin aanleiding het verzet met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Awb gegrond te verklaren. Gegeven het bepaalde in het zevende lid van laatstbedoeld artikel vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 11 november 2004.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) R.B.E. van Nimwegen.