ECLI:NL:CRVB:2004:AR6051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging verzuimregistratie en boeteoplegging volgens Boetebesluit werkgevers CSV
De zaak betreft hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen uitspraken van de rechtbank Dordrecht die besluiten tot verzuimregistratie en boeteoplegging vernietigden. De verzuimregistratie was ingesteld na besluiten van 17 december 1999 en het bezwaar daartegen was op 27 maart 2000 ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat toepassing van het Boetebesluit werkgevers Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) in deze gevallen niet leidt tot sancties zoals boetes of verzuimregistratie, waardoor de besluiten niet standhouden.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat recidive niet aan de orde is en dat de rechtbank een onjuist Staatsbladnummer gebruikte, maar de Raad acht deze punten niet procesueel relevant. Verder stelde appellant dat in de vijf voorafgaande jaren geen schriftelijke waarschuwing was gegeven en dat er vrijwel altijd sprake is van premienadeel bij overtredingen. De Raad constateert echter dat appellant dit premienadeel niet met concrete gegevens heeft onderbouwd en dat niet is gebleken dat gedaagden een waarschuwing ontvingen.
De Raad concludeert dat appellant niet heeft aangetoond dat toepassing van het Boetebesluit werkgevers CSV tot boeteoplegging leidt in deze zaak. Daarmee is de overweging van de rechtbank juist en slagen de hoger beroepen niet. De aangevallen uitspraken worden bevestigd.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 11 november 2004, waarbij zowel appellant als gedaagden niet zijn verschenen tijdens de zitting.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de besluiten tot verzuimregistratie en boeteoplegging omdat toepassing van het Boetebesluit werkgevers CSV in deze gevallen niet leidt tot sancties.