ECLI:NL:CRVB:2004:AR6055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verzekeringsplicht wegens ontbreken rechtmatig verblijf en arbeid in overeenstemming met Wav
Appellant, een Turkse nationaliteit bezittende werknemer bij een aannemingsbedrijf, werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) niet als verzekerd beschouwd onder de sociale werknemersverzekeringswetten omdat hij geen rechtmatig verblijf in Nederland had en niet in overeenstemming met de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) arbeid verrichtte.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de Koppelingswet en de daarop gebaseerde regelgeving bepalen dat vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf niet als werknemer worden beschouwd voor verzekeringsdoeleinden. Appellant had op de datum in geschil geen tewerkstellingsvergunning en verrichtte geen arbeid in overeenstemming met de Wav.
Verder stelde de Raad vast dat het onderscheid in verzekeringsplicht niet in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) noch met artikel 8 van Pro het Europees Verdrag inzake Sociale Zekerheid (EVSZ). De Raad concludeerde dat het besluit van 5 februari 2001 terecht is genomen en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen verzekeringsplicht had wegens ontbreken rechtmatig verblijf en arbeid in overeenstemming met de Wav.