ECLI:NL:CRVB:2004:AR6063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wachttijd herziening WAO-uitkering en terugvordering toeslag
Appellant, voormalig arbeidsongeschikte werknemer, maakte bezwaar tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) inzake de herziening van zijn WAO-uitkering en de terugvordering van een toeslag. De rechtbank had het bezwaar tegen de herziening niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het bezwaar tegen de terugvordering ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaar tegen de herziening tijdig was ingediend omdat hij het besluit pas later had ontvangen, en dat de wachttijd van 52 weken onterecht was toegepast; volgens hem had een wachttijd van vier weken moeten gelden. Tevens betwistte hij de terugvordering van de toeslag, omdat hij tijdig had geïnformeerd over zijn inkomsten en de toeslag lager was dan teruggevorderd.
De Raad oordeelde dat appellant het besluit inderdaad pas op 19 april 2001 ontving en het bezwaar tijdig was ingediend. De wachttijd van 52 weken was echter terecht gehanteerd, omdat de laatste herziening van de uitkering in 1994 plaatsvond en een eerdere weigering tot herziening niet als herziening geldt. Met betrekking tot de terugvordering stelde de Raad vast dat de toeslag over het betwiste tijdvak later alsnog was toegekend, waardoor de grondslag voor terugvordering was komen te vervallen. De besluiten werden vernietigd en het Uwv werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt de wachttijd van 52 weken voor herziening WAO-uitkering en vernietigt het besluit tot terugvordering van toeslag over een periode waarin toeslag alsnog werd toegekend.