ECLI:NL:CRVB:2004:AR6084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking ondanks zelfstandigheid specialistisch montagewerk
Appellante maakte in de jaren 1995, 1996, 1997 en 1999 regelmatig gebruik van de diensten van betrokkene voor specialistisch montage- en storingswerk. Betrokkene werkte op uurbasis en leverde zijn werkzaamheden onder toezicht en controle van appellante, hoewel hij geen erkend installateur was en soms zelfstandig opdrachten uitvoerde. Appellante betwistte het bestaan van een gezagsrelatie, stellende dat betrokkene zelfstandig werkte en eigen afspraken maakte met opdrachtgevers.
De Raad overwoog dat ondanks de zelfstandigheid en specialistische aard van het werk, betrokkene feitelijk in een organisatorisch verband van appellante werkte, onder toezicht stond en een loon ontving op uurbasis. De looncontrole en de verklaringen van de directie bevestigden dat betrokkene qua arbeidsverhouding vergelijkbaar was met de werknemers van appellante.
De Raad concludeerde dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van Pro de sociale verzekeringswetten, waarbij de gezagsrelatie onomstotelijk vaststond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.