ECLI:NL:CRVB:2004:AR6087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en ongegrondverklaring beroep terugvordering alleenstaande ouderkorting
Appellant ontving in 2001 een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) naar de norm voor alleenstaande ouder. Gedaagde vorderde terugbetaling van € 1.261,06, het bedrag van de alleenstaande ouderkorting dat appellant ontving. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn gemachtigde ten onrechte geen uitnodiging voor de zitting had ontvangen, waardoor hij in zijn procesbelangen was geschaad. De Raad stelde vast dat de rechtbank niet had voldaan aan de Awb-vereisten voor uitnodiging, waardoor appellant niet aanwezig kon zijn bij de zitting. Dit leidde tot vernietiging van de uitspraak wegens schending van het recht op hoor en wederhoor.
De Raad beoordeelde vervolgens zelf de inhoudelijke vraag en oordeelde dat de terugvordering terecht was op grond van artikel 82 Abw Pro, omdat de belastingteruggave niet tot de uitzonderingen behoorde en appellant geen dringende redenen had aangevoerd om van terugvordering af te zien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de zaak niet terugverwezen naar de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de alleenstaande ouderkorting wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens procesrechtelijke schending.