ECLI:NL:CRVB:2004:AR6100

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/2425 NABW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • Th.C. van Sloten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn bij bestuursrechtelijke uitspraak

Opposante heeft tegen een uitspraak van de Raad van 20 juli 2004 verzet aangetekend. De Raad heeft vastgesteld dat het verzetschrift gedateerd 7 september 2004 en ontvangen op 8 september 2004, na de uiterste termijn van 6 september 2004 is ingediend.

Volgens artikel 6:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een bezwaar- of beroepschrift tijdig zijn ingediend door het voor het einde van de termijn ter post te bezorgen en uiterlijk een week na afloop van de termijn te laten ontvangen. De termijn voor verzet liep van 26 juli 2004 tot en met 6 september 2004. De Raad oordeelt dat opposante in verzuim is geweest omdat het verzet te laat is ingediend.

De omstandigheden die opposante aanvoert om het verzuim te rechtvaardigen zijn onvoldoende om te concluderen dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat zij in verzuim was. Partijen zijn uitgenodigd voor een zitting op 26 oktober 2004, maar zijn niet verschenen. De Raad verklaart het verzet niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/2425 NABW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ouderkerk aan den IJssel, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van de Raad van 20 juli 2004 is het door opposante ingestelde verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Raad van 31 maart 2004, reg.nr. 02/1541 NABW, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft opposante verzet aangetekend.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 26 oktober 2004 waar partijen niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Blijkens het eerste lid van artikel 8:55 van Pro de Awb zijn onder meer de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb van overeenkomstige toepassing op het verzet tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, van de Awb.
De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt derhalve zes weken, zoals onder bedoelde uitspraak is aangegeven.
Artikel 6:8, eerste lid, van de Awb, bepaalt dat de termijn aanvangt met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Onder bekendmaking op de voorgeschreven wijze dient, gelet op artikel 3:41 van Pro de Awb, te worden verstaan toezending of uitreiking van het besluit aan de belanghebbenden.
Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb, is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De in rubriek I genoemde uitspraak van de Raad van 20 juli 2004 is op 26 juli 2004 aan partijen gezonden. Het tegen die uitspraak gerichte verzetschrift, gedateerd
7 september 2004, is op 8 september 2004 ter griffie van de Raad ontvangen en is blijkens de poststempel op de enveloppe op 7 september 2004 ter post bezorgd.
Nu de verzetstermijn loopt van 26 juli 2004 tot en met 6 september 2004 stelt de Raad vast dat die termijn in het onderhavige geval is overschreden.
Dit betekent dat het verzet om die reden niet-ontvankelijk is, tenzij, gelet op artikel 6:11 van Pro de Awb, redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
De in het verzetschrift aangevoerde omstandigheden zijn niet van dien aard dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat opposante in verzuim is geweest.
Ook overigens is de Raad niet van omstandigheden als vorenbedoeld gebleken.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
II. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. Th.C. van Sloten, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 november 2004.
(get.) Th.C. van Sloten.
(get.) L. Jörg.
JK/11114