ECLI:NL:CRVB:2004:AR6174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering na eerstejaarsbeoordeling met geschil over beperkingen
Gedaagde, werkzaam als assistent projectleidster, kreeg vanaf 8 april 1999 een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Op 31 mei 2000 trok het UWV deze uitkering in per 18 juli 2000, omdat gedaagde minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank Zutphen vernietigde dit besluit wegens een te smalle arbeidskundige basis, mede op grond van een rapport van psychiater dr. Schwarz die aanvullende beperkingen constateerde.
Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht uitging van de medische grondslag van het bestreden besluit en dat gedaagde met inachtneming van haar beperkingen in staat was de voorgelegde functies te vervullen. De Raad vond onvoldoende medische onderbouwing voor de door de psychiater gestelde aanvullende beperkingen zoals het niet kunnen werken in kleine ruimtes of met veel anderen.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond. Hiermee werd bevestigd dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was en dat de arbeidsmogelijkheden van gedaagde niet waren onderschat. Het hoger beroep van het UWV was daarmee succesvol.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand.