ECLI:NL:CRVB:2004:AR6195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante had een WAO-uitkering die in februari 2001 werd ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit bevestigd. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat en dat de functies medisch niet geschikt waren, onder meer vanwege de afwezigheid van voorzieningen zoals een douche.
De Raad oordeelde dat de resterende functies geen zwaardere eisen stellen dan haar medische beperkingen toelaten en dat het verlies aan verdienvermogen minder dan 15% bedraagt, waardoor geen recht op WAO-uitkering bestaat. De medische rapportages van verzekeringsartsen werden als juist en voldoende onderbouwd beschouwd, en het verzoek om een onafhankelijk medisch deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan nieuwe medische gegevens.
Verder achtte de Raad een afsluitbare toiletvoorziening met wasgelegenheid en warmwatervoorziening passend voor haar incontinentieklachten en vond geen steun voor de noodzaak van een douchevoorziening. De Raad achtte het redelijk dat werkgevers dergelijke voorzieningen treffen, mede omdat de kosten doorgaans vergoed worden. De intrekking van de uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt en de functies passend zijn.