ECLI:NL:CRVB:2004:AR6241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning vervolgingsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs vrijheidsberoving
Eiseres, geboren in 1932 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als vervolgingsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd te zijn geweest in het Ursulinenklooster te Bogor.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees haar aanvraag af omdat niet voldoende aannemelijk was gemaakt dat zij vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. De Raad oordeelde dat de gegevens onvoldoende aanknopingspunten boden voor vrijheidsberoving tijdens de Japanse bezetting. Zo ontbraken gegevens bij het Nederlandse Rode Kruis en bleek uit documenten dat het Ursulinenklooster tijdens de bezetting een mannenkamp was.
De verklaring van de zoon van een voormalige kamparts werd niet als overtuigend bewijs gezien omdat deze niet op eigen waarneming berustte. De Raad vond geen grond voor vernietiging van het besluit en wees het beroep af. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van vrijheidsberoving tijdens de Japanse bezetting.