ECLI:NL:CRVB:2004:AR6260

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/6009 WUBO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens te late betaling griffierecht ondanks verwarring

De zaak betreft een verzet tegen een eerdere uitspraak van de Raad die het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Opposant stelde dat verwarring over de betaling van het griffierecht voor drie broers de oorzaak was van de te late betaling.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld en vastgesteld dat de aangevoerde verwarring geen gegronde reden vormt om het verzet toe te wijzen. Er zijn geen omstandigheden die redelijkerwijs tot de conclusie leiden dat opposant niet in verzuim was.

De Raad heeft daarom het verzet ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak gehandhaafd. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het vonnis is uitgesproken door rechter G.L.M.J. Stevens in aanwezigheid van griffier J.P. Schieveen.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege te late betaling van het griffierecht ondanks verwarring.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/6009 WUBO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het namens opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 31 oktober 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Tegen deze uitspraak heeft de gemachtigde van opposant bij brief van 6 juli 2004 verzet gedaan. Het verzetschrift is op 7 juli 2004 ter griffie van de Raad ontvangen.
Het verzet is behandeld ter zitting van 7 oktober 2004. Daar is opposant niet verschenen en heeft geopposeerde zich doen vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat in verzet geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen dat hetgeen namens opposant ter zake in het verzetschrift is aangevoerd, te weten dat er enige verwarring is ontstaan bij de betaling van het griffierecht voor drie broers, niet kan worden aangemerkt als omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.
Uit het vorenstaande volgt dat het namens opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 18 november 2003.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.