ECLI:NL:CRVB:2004:AR6405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks psychische klachten
Appellante, voormalig vestigingsmanager, viel in 1985 uit wegens surmenage en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 1998 werd deze uitkering herzien naar 45-55% arbeidsongeschiktheid op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar psychische klachten in alle hevigheid waren teruggekeerd en dat zij niet in staat was om 38 uur per week te werken. De rechtbank volgde dit standpunt niet, mede omdat de psychiater Van Berkestijn zijn oordeel onvoldoende concreet motiveerde.
De Centrale Raad van Beroep heeft Van Berkestijn opnieuw om een expliciete en gemotiveerde reactie gevraagd, maar concludeert dat diens opvatting onvoldoende onderbouwd is om de herziening ongedaan te maken. De Raad acht de combinatie van werk en zorg voor huishouden en kinderen niet relevant voor de WAO-beoordeling en bevestigt het bestreden besluit.
De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellante op de datum in geding met beperkingen wel 38 uur per week kan werken in passende functies.
De uitspraak is gegeven door voorzitter Spaas en leden Schuttel en Schoor en uitgesproken op 12 oktober 2004.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.