ECLI:NL:CRVB:2004:AR6428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en voortzetting loondervingsuitkering ingevolge WAO na anderhalf jaar
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om zijn loondervingsuitkering ingevolge de WAO per 24 juli 2001 te beëindigen en voort te zetten als vervolguitkering. Hij stelde dat het lopende reïntegratietraject, gericht op zelfstandige mediatorschap, had moeten worden meegewogen, en dat een geïntegreerde benadering met de Wet reïntegratie arbeidsgehandicapten (REA) had moeten leiden tot behoud van de hogere loondervingsuitkering.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat de wettelijke bepalingen van de WAO, met name artikel 21a en 21b, dwingendrechtelijk zijn en geen ruimte laten voor een dergelijke geïntegreerde benadering. De loondervingsuitkering is beperkt tot anderhalf jaar, waarna een vervolguitkering wordt toegekend op basis van het vervolgdagloon. De hoogte van deze vervolguitkering werd niet betwist.
De Raad benadrukte dat reïntegratie losstaat van de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en dat bezwaren tegen de wettelijke regeling zelf niet door de rechter kunnen worden beoordeeld. Er was ook geen toezegging dat appellant na 24 juli 2001 aanspraak zou houden op de loondervingsuitkering. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De loondervingsuitkering is terecht beëindigd en voortgezet als vervolguitkering per 24 juli 2001.