ECLI:NL:CRVB:2004:AR6437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en weigering verhoging WAO-uitkering
De zaak betreft een geschil over de herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van eiseres, die een WAO-uitkering ontvangt sinds 1977. De appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), had geweigerd de WAO-uitkering te verhogen omdat de toegenomen beperkingen volgens haar niet voortkwamen uit dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank Leeuwarden vernietigde dit besluit op basis van een rapport van een revalidatiearts, die concludeerde dat de toegenomen beperkingen voortvloeiden uit hetzelfde ziektebeeld, het secundair fibromyalgiesyndroom. In hoger beroep overwoog de Raad dat de medische gegevens uit 1979 en latere rapporten bevestigen dat de oorspronkelijke rugaandoening nog steeds bestond en mede oorzaak was van de toegenomen beperkingen.
De Raad verwierp het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat er geen toegenomen beperkingen waren en benadrukte dat bij twijfel over het oorzakelijk verband de twijfel ten gunste van de betrokkene moet worden uitgelegd. De Raad bevestigde daarmee het vernietigde besluit van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering onterecht was en vernietigt het besluit van het Uwv.