ECLI:NL:CRVB:2004:AR6445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAZ-uitkering bij psychische klachten en nekhernia
Appellant, een zelfstandig tomatenkweker, meldde zich in 1997 arbeidsongeschikt wegens rug-, knie- en psychische klachten. Gedaagde stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 55-65% vast, verhoogde dit in 1999 naar 80-100% na een operatie, maar herzag dit in 2000 terug naar 55-65%.
Appellant voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten en een nekhernia die volgens hem al in 1998 bestond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de medische rapporten en verzekeringsartsen geen aanwijzingen voor ernstige psychische beperkingen of een op die datum relevante nekhernia gaven.
In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel. De psychische klachten betroffen een tijdelijk onwelbevinden zonder psychopathologie, en de nekhernia werd pas in 2001 vastgesteld. De Raad oordeelde dat gedaagde de beperkingen juist had gewaardeerd en dat appellant op de datum van het besluit in staat was tot passende werkzaamheden. Het bestreden besluit werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAZ-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.